Asset allocation betekent dat je je geld verdeelt over verschillende soorten beleggingen. In plaats van alles in één ding te stoppen, spreid je je vermogen over meerdere categorieën. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar het idee erachter is juist heel eenvoudig: niet alles op één paard wedden. Door je geld te spreiden, verklein je de kans dat je veel verliest als één belegging tegenvalt. Bijna elke professionele belegger gebruikt dit principe als basis voor zijn of haar portefeuille.
De drie belangrijkste categorieën bij vermogensspreiding
Bij het verdelen van je vermogen kijk je meestal naar drie grote groepen: aandelen, obligaties en contanten. Aandelen zijn stukjes eigendom in een bedrijf. Als het goed gaat met dat bedrijf, stijgt de waarde van je aandeel. Gaat het slecht, dan daalt die waarde. Obligaties werken anders: je leent geld uit aan een bedrijf of overheid, en die betaalt je dat terug met rente. Dat maakt obligaties over het algemeen stabieler dan aandelen, maar de mogelijke winst is ook lager. Contanten, zoals spaargeld, leveren weinig op maar zijn altijd beschikbaar. Naast deze drie zijn er ook andere categorieën, zoals vastgoed, grondstoffen en alternatieve beleggingen. De mix die jij kiest, hangt af van je persoonlijke situatie.
Waarom de verdeling van je beleggingen zo veel uitmaakt
Stel dat je al je geld in aandelen steekt en de beurs keldert. Dan verlies je in één klap een groot deel van je vermogen. Heb je ook obligaties en spaargeld, dan vang je dat verlies gedeeltelijk op. Dat is de kern van een goede beleggingsspreiding: de ene categorie doet het vaak goed op het moment dat de andere het minder doet. Aandelen en obligaties bewegen bijvoorbeeld regelmatig in tegengestelde richting. Als beleggers bang zijn, zoeken ze veiligheid in obligaties en stappen ze uit aandelen. Die wisselwerking maakt een gevarieerde portefeuille stabieler over de lange termijn. Het gaat er niet om dat je nooit verlies maakt, maar dat grote klappen worden verzacht.
Hoe je de juiste verdeling bepaalt voor jezelf
De verdeling die voor jou werkt, hangt af van drie dingen: hoeveel risico je aankunt, hoe lang je wilt beleggen en wat je doel is. Een jongere belegger die pas over twintig jaar zijn geld nodig heeft, kan meer risico nemen. Hij of zij heeft genoeg tijd om een tegenvaller op te vangen. Iemand die over drie jaar wil stoppen met werken, kiest liever voor een stabielere mix met meer obligaties en minder aandelen. Dat is geen vaste regel, maar een algemeen uitgangspunt dat veel financieel adviseurs hanteren. Naast je tijdshorizon speelt ook je gevoel bij risico mee. Kun jij rustig slapen als je beleggingen twintig procent in waarde dalen? Of word je daar erg nerveus van? Dat zegt veel over welke beleggingsmix bij jou past.
Je portefeuille bijhouden in de loop van de tijd
Een eenmalige keuze voor een bepaalde verdeling is niet genoeg. De waarde van je beleggingen verandert voortdurend. Als aandelen sterk stijgen, kan je portefeuille na een jaar ineens veel zwaarder op aandelen leunen dan je had gepland. Dat heet portefeuilledrift. Om je oorspronkelijke verdeling te bewaren, pas je de samenstelling af en toe aan. Je verkoopt dan iets van wat te groot is geworden en koopt bij in de categorieën die achtergebleven zijn. Dit proces heet herbalanceren. Hoe vaak je dat doet, hangt af van je voorkeur, maar eens per jaar is voor veel beleggers een goed moment om te kijken of alles nog klopt. Zo blijft je beleggingsmix in lijn met je doelen en je risicobereidheid.
Veelgestelde vragen over asset allocation
Wat is het verschil tussen asset allocation en diversificatie?
Asset allocation gaat over de verdeling van je vermogen over grote categorieën, zoals aandelen, obligaties en spaargeld. Diversificatie gaat een stap verder: binnen elke categorie spreid je ook nog eens. Je koopt dan niet één aandeel, maar aandelen in tientallen of honderden bedrijven. De twee begrippen werken samen, maar ze betekenen niet hetzelfde.
Bestaat er een ideale verhouding tussen aandelen en obligaties?
Er bestaat geen universeel ideale verhouding tussen aandelen en obligaties. Een bekende vuistregel is om het percentage obligaties gelijk te stellen aan je leeftijd. Ben je dertig jaar oud, dan zou dertig procent obligaties en zeventig procent aandelen een uitgangspunt kunnen zijn. Maar dit is geen wet. Je eigen situatie, doelen en risicobereidheid bepalen uiteindelijk wat voor jou werkt.
Kan iemand zonder veel kennis ook aan asset allocation doen?
Ja, dat kan zeker. Er zijn beleggingsfondsen en zogeheten lifecycle fondsen die de verdeling automatisch voor je regelen. Die passen de mix aan naarmate je dichter bij je pensioendatum komt. Ook een financieel adviseur kan je helpen om een verdeling te kiezen die bij jou past, zonder dat je zelf alles hoeft te weten.
Wat gebeurt er als je je beleggingen nooit herbalanceert?
Als je je portefeuille nooit aanpast, kan de verdeling sterk afwijken van wat je oorspronkelijk had bedoeld. Stel dat aandelen jarenlang sterk stijgen. Dan neemt het aandeel van aandelen in je portefeuille toe. Je loopt dan meer risico dan je van plan was, zonder dat je daar bewust voor hebt gekozen. Herbalanceren zorgt ervoor dat je portefeuille blijft passen bij je doelen.

Geef een reactie